H.Sacramentsdag

Preek van bisschop D. J. Schoon

Preek voor 15 juni 2009, H.Sacramentsdag, Den Helder.

Lezingen: Exodus 24:3-11, Hebreeën 9:11-15, Markus 14:12-28.

De feestdag die we vandaag vieren, Sacramentsdag, is nog niet zo erg oud. Pas in de 13e eeuw werd dit feest ingesteld door paus Urbanus IV en was die dag bedoeld als een soort aanvulling op de viering van Witte Donderdag. Sacramentsdag wordt daarom ook gevierd op de donderdag na het feest van de H. Drieëenheid. Waarom die aanvulling? Omdat Witte Donderdag - met z'n ingetogen karakter vanwege de Goede Week - geen uitbundige viering toeliet. Je moet bedenken dat het er in de Middeleeuwen op Sacramentsdag wél uitbundig aan toeging: compleet met processies met de monstrans onder een baldakijn; sommigen van u kennen dat nog wel uit de rooms-katholieke tradities in het zuiden van ons land.

 Het is goed om over die feestdag na te denken, want het raakt toch het centrale punt dat we elke zondag hier met elkaar vieren: het sacrament van de eucharistie, het zegenen en delen van brood en wijn in navolging van Jezus. De uitbundigheid is allang verdwenen - en hebben de oud-katholieke althans naar buiten toe nooit zo erg gemanifesteerd - maar de kern is dezelfde: in het sacrament van de eucharistie beleven we onze gemeenschap met Christus ten volle. Als we deelnemen aan de communie, gedenken we dat we deel hebben aan Jezus' leven en sterven, en we vragen om zijn Geest, om ook deel te hebben aan zijn opstanding. Als je het heel kort wilt zeggen: de communie neemt ons leven op in het leven dat in God bestaat. Dat leven is groter dan wat wij zien of ervaren kunnen, maar we geloven dat het het doel van ons leven is, dat het ons beperkte leven van nú vervult, vol maakt. Drie woorden kenmerken dat leven in God: de vergeving der zonden, de gemeenschap met Christus in de maaltijd die hij met zijn leerlingen houdt, en het eeuwige leven.

Over de vergeving der zonden

De brief aan de Hebreeën spreekt over het offer dat Christus als hogepriester heeft gebracht. Het is een kritische tekst, die geschreven werd nadat de tempel in Jerusalem was verwoest door de Romeinen. Het joodse volk had geen plaats meer waar offers konden worden gebracht als teken van de vergeving van de zonden. En in die tijd, een zeer kritische tijd dus voor de godsdienst van de joden, zagen diegenen die Jezus als de Messias hadden leren kennen, diens dood aan het kruis als het ene volmaakte offer, die alle andere offers overbodig maakte. Het jodendom werd aldus bevrijd van de tempeldienst. De tempel in Jerusalem was verwoest en voortaan moesten christenen zichzelf als tempel beschouwen. Dat wil zeggen: heel hun leven moesten ze beschouwen als een eredienst aan God. Geen offers van bokken en kalveren meer, maar het geloof in Jezus de Christus als het enige middel waardoor men God eer bewees. U begrijpt, wat dat voor een bevrijding betekende! De tempel was wel verwoest, maar het joodse geloof kon een nieuwe richting in slaan, op weg naar alle volkeren. De tekst uit Exodus, die we als eerste lezing hoorde, kreeg zodoende een nieuwe betekenis: het oude verbond, dat ooit door Mozes tussen de Heer en het volk van Israel was gesloten, hoefde niet meer met bloed te worden bezegeld, maar kreeg een nieuwe inhoud die alle grenzen doorbreekt. De leerlingen van Jezus zijn gezondenen van het evangelie, naar alle volkeren van de wereld, toen en nu.

 Over de gemeenschap in de maaltijd

Dat is ook het meest indringende van de maaltijd die Jezus met zijn leerlingen houdt. Als hij zegt: 'Dit is mijn lichaam,' dan wijst hij niet alleen op het brood dat gebroken wordt zoals zijn lichaam gebroken zal worden, maar hij wijst ook op de kring van de leerlingen die aan dat gebroken brood deel hebben. De kerk zelf is het lichaam van Christus, wijzelf vormen dat gebroken brood als wij het leven met elkaar delen. En de drinkbeker die Jezus zegent, is de vijfde beker bij de sabbatsmaaltijd, de beker die gedronken wordt in de verwachting van de komst van de profeet Elia, die de komst van Gods koninkrijk aankondigt. Die beker, zegt Jezus, is de beker met zijn bloed, dat voor velen, en bedoeld is dan: alle volkeren, vergoten wordt. Opnieuw: niet alleen de beker met wijn zelf is het bloed van de Heer, maar het zijn de leerlingen van Jezus die drinken uit die beker, die het koninkrijk van God in deze wereld gestalte geven.

Wat betekent dit alles nu voor ons? Als wij hier eten en drinken, delen we het leven met elkaar in Gods naam. Al onze vreugde en al ons verdriet, onze woede om een wereld die maar niet beter wil worden en onze pogingen om daar soms tegen beter weten in wat aan te doen, dat alles staat in het teken van ons geloof. Het geloof, dat ooit Gods schepping voltooid zal worden, dat alle tranen van mensen die geen deel van leven hebben, zullen worden afgewassen en dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde werkelijkheid zullen worden. In die hoop en in dat vertrouwen delen wij hier brood en wijn, delen wij met elkaar het leven zelf.

Dat is in onze tijd een spannende zaak. Want hoeveel mensen zijn er niet, die geen hoop kennen? Die niet verder kijken dan het leven van vandaag de dag en denken: morgen zien we wel weer verder. De welvaart die we in Nederland ervaren is een zeer groot goed, maar alleen zolang we blijven gedenken dat wij die welvaart niet te danken hebben aan onszelf, maar aan de goede God die ons het leven geeft en die ons onze zonden vergeeft, zoals Jezus dat heeft gedaan. Het komt erop aan, of komende generaties deze boodschap van het evangelie nog zullen hóren, nog zullen verstaan. Zal die generatie, die in een tijd van welvaart is opgegroeid, nog kunnen delen met diegenen die het minder hebben?

Over het eeuwige leven

Gemeente, het derde woord is eeuwig leven. Voor minder zijn we hier niet bij elkaar. De gemeenschap die we vieren, de gedachtenis aan Jezus' sterven en opstaan, zijn uitdrukking van ons geloof dat God in Hem ons het eeuwige leven geeft. Als Jezus zegt dat wie Hem eet en drinkt, leven heeft in eeuwigheid, dan bedoelt hij daarmee niet dat er geen einde komt aan ons leven; want dat er wel een einde is aan het menselijke leven, daarover kun je je dagelijks boos maken als je de krant leest. Nee: eeuwig leven in christelijke zin wil zeggen: leven dat zijn geldigheid behoudt, leven waarvan de betekenis niet afgelopen is met de dood, leven dat door de dood niet overwonnen kan worden. Niet wijzelf bevrijden ons van slavernij, maar het is de gave van God die mensen tot bevrijders maakt. Niet wijzelf kennen de volle betekenis van het leven, maar we vertrouwen op Gods invulling, vervulling van ons leven, ook als dat voor ons moeilijk zichtbaar blijft.

Juist onze gemeenschap hier op zondagmorgen wil een teken zijn om te blijven gedenken; gedenken dat we in een lange rij van getuigen staan die de herinnering bewaren aan een tijd van slavernij en onderdrukking, een tijd van oorlog en armoede, waaruit we bevrijd zijn door de Heer onze God.

Vanuit dit besef vieren we Sacramentsdag, naar de vorm misschien niet zo uitbundig als paus Urbanus IV misschien graag wilde, maar in de kern hetzelfde: door het donker heen zijn we door Christus naar het licht van het eeuwige leven geleid, vanuit onze dood in het vlees staan we op in de Geest van God. De maaltijd hier roept ons daarom op tot een geheiligd, een sacraal leven, het is een sacrament, het maakt ons heilig. We vieren dat ons bestaan in God geborgen elke menselijke beperktheid doorbreekt. We leven in de vreugde omdat de Heer ons leidt, elke nieuwe dag opnieuw. 

Amen.

...Paus Urbanus IV (1261 - 1264)...

 

Oud-Katholieke Parochie van de H. Nicolaas
Annie Romein-Verschoorlaan 10
1784 NZ  DEN HELDER

06-40591100
Techniek website: Sync. Creatieve Producties, Hilversum